Kwaliteitseisen voor goede doelen
Een goed doel wil goed doen. En moet dat ook goed doen, vinden donateurs en andere belanghebbenden. Gedoneerde gelden moeten dus daadwerkelijk op de juiste plek terechtkomen en wanbestuur moet uitgesloten worden. Daarom hanteert VFI, de brancheorganisatie van goede doelen, sinds 2006 een code voor haar leden met spelregels voor goed bestuur, toezicht, verantwoording en directiebeloning. Deze Code Goed Bestuur is in 2008 vervlochten met het CBF-Keur. Goede doelen die in bezit zijn van het CBF-Keur worden nu dus ook getoetst op de principes uit de Code Goed Bestuur. De criteria voor het CBF-Keur voor goede doelen, het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen en de CBF-Verklaring van geen bezwaar zijn geformuleerd door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), een onafhankelijke stichting die al bijna negentig jaar toezicht houdt op fondsenwervende instellingen. Sinds 2008 dienen goede doelen ook te voldoen aan een eisenpakket van de Belastingdienst om aangemerkt te kunnen worden als algemeen nut beogende instelling (ANBI). Instellingen met een ANBI-beschikking kunnen gebruikmaken van een aantal fiscale voordelen. U kunt daarover uitgebreid lezen in het hoofdstuk ‘Nalaten en schenken aan erkende goede doelen.’
Het CBF-Keur voor goede doelen
Het CBF-Keur voor goede doelen is door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) samengesteld en wordt sinds 1997 verstrekt. Het bevat criteria voor het functioneren van goededoelenorganisaties, die met het CBF-Keur aan de gever kunnen laten zien dat er sprake is van een verantwoorde manier van fondsenwerving en besteding. Daar hebben de gevers baat bij. Instellingen die langer dan drie jaar in Nederland fondsen werven komen ervoor in aanmerking. Daarnaast keurt het CBF ook instellingen die gelden ontvangen van loterijen.
Om voor een CBF-Keur in aanmerking te komen, ondergaat een organisatie een grondige toetsing. Het CBF hanteert hierbij toetsingscriteria op de gebieden bestuur, beleid, verslaglegging, fondsenwerving en besteding (zie het kader voor een beknopt overzicht). Het CBF-Keur wordt voor drie jaar verstrekt. Tussentijds controleert het CBF of de organisatie nog aan de criteria voldoet. Is dat niet het geval, dan kan het keurmerk worden ingetrokken. Het CBF verlangt een heldere uitleg met betrekking tot het beleid dat wordt gevoerd, bijvoorbeeld via de website of het jaarverslag van de organisatie. Uitgangspunt is dat het publiek goed en duidelijk moet worden geïnformeerd.
Goed bestuur
VFI, de brancheorganisatie van goede doelen, heeft een gedragscode laten ontwikkelen voor goed bestuur, goed toezicht en het doelmatig opereren van goededoelenorganisaties, met basiswaarden als respect, openheid, betrouwbaarheid en kwaliteit als uitgangspunt. De Code Goed Bestuur voor Goede Doelen bevat spelregels voor het besturen van de goededoelenorganisatie, het interne toezicht daarop, het afleggen van verantwoording over wat de organisatie doet en de realisatie van haar plannen. Daarnaast zijn grondslagen vastgesteld voor de honorering van directeuren.
Volgens de code is de kern van goed bestuur de aanwezigheid van adequate checks and balances. Dat wil zeggen een juiste balans tussen beslissings- en uitvoeringsbevoegdheid aan de ene kant en controle op het gebruik van die bevoegdheden aan de andere kant. Bestuur en toezicht zijn van elkaar gescheiden en belangenverstrengeling moet voorkomen worden. Openheid is daarbij het leidend principe: leden, donateurs, de fiscus, de media en andere belanghebbenden moeten inzicht hebben in het reilen en zeilen van de organisatie.
De code is van toepassing op vijf inhoudelijke gebieden:
- de doelstelling, die de organisatie geacht wordt te realiseren;
- de middelen, die efficiënt en effectief dienen te worden besteed;
- de fondsenwerving, die efficiënt, effectief en behoorlijk moet verlopen;
- vrijwilligers, die zorgvuldig behandeld dienen te worden;
- het functioneren van de organisatie, hetgeen professioneel en adequaat moet worden vormgegeven.
Eind 2007 is besloten om de naleving van de Code Goed Bestuur via het CBF-Keur te regelen. Een speciale commissie heeft daartoe aan de vervlechting van de code en het keurmerk gewerkt. Onder de aanpassingen bevindt zich onder meer een verplichte verantwoordingsverklaring over goed bestuur die goededoelenorganisaties in hun jaarverslag moeten opnemen. Het vernieuwde CBF-Keur is sinds 1 juli 2008 van toepassing.
Het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen
Sinds juni 2009 kent het CBF het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen, dat bedoeld is voor kleinere fondsenwervende instellingen. Elk fonds dat in aanmerking wil komen voor een CBF-Certificaat moet aan bepaalde criteria voldoen en een specifieke procedure doorlopen. Fondsenwervende instellingen moeten minimaal drie jaar als zodanig actief zijn in Nederland.
Onder een klein goed doel verstaat het CBF:
- een fondsenwervende instelling waarvan de som der baten niet groter is dan € 500.000 per jaar;
- een kansspelbegunstigde die niet meer dan € 500.000 per jaar verantwoordt van een kansspelvergunninghouder.
Het Certificaat wordt afgegeven voor een periode van drie jaar.
Verklaring van geen bezwaar
Ook beginnende instellingen kunnen bij het CBF een aanvraag voor een toetsing indienen. Hiervoor heeft het CBF de Verklaring van geen bezwaar. In grote lijnen worden hiervoor dezelfde toetsingscriteria gehanteerd als voor het CBF-Keur, maar de toetsing is minder zwaar. Een dergelijke verklaring is anderhalf jaar geldig. Na deze periode kan een herbeoordeling worden aangevraagd.




