Minder medicatie na niertransplantatie verlaagt het risico op kanker
din 6 december 2011Bijna één op de tien patiënten die een niertransplantatie heeft ondergaan, ontwikkelt enkele jaren daarna kanker. Dat meldt KWF Kankerbestrijding.
Meer dan de helft van deze patiënten overlijdt hieraan. Belangrijke aanleiding voor deze complicatie is de afweerremmende medicatie die ze krijgen. Uit onderzoek van het Erasmus MC blijkt dat de dosering van deze medicijnen bij de meeste patiënten onder begeleiding veilig kan worden gehalveerd.
Na 42 jaar niertransplantatie in Nederland is duidelijk dat 16% van de patiënten overlijdt aan kanker. Het gaat om een verhoogd risico op bijna alle soorten kanker. Bij niertransplantatie patiënten die kanker ontwikkelen wordt de diagnose meestal zes tot zeven jaar na transplantatie gesteld. Zij overlijden ongeveer acht jaar na transplantatie. Kanker is daarmee naast hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaak bij orgaantransplantatie.
Niertransplantatie patiënten krijgen medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken om te voorkomen dat het lichaam het nieuwe orgaan afstoot. Het Erasmus MC heeft onderzocht of het mogelijk is om patiënten met een goedwerkende nier na transplantatie minder medicijnen te geven. Daarmee zou het risico op langetermijncomplicaties verlagen. Bij een groep stabiele niertransplantatiepatiënten konden de afweer remmende medicijnen veilig worden afgebouwd tot de helft van de oorspronkelijke dosis. Dit leidde niet tot acute afstoting van het orgaan. Of deze patiënten op langere termijn geen afstotingsverschijnselen krijgen moet nog blijken.




