Overheid

Voor goede doelen is de rol van de overheid belangrijk. De overheid laat de zorg voor mens, dier, milieu en natuur meer en meer aan de maatschappij zelf over. De rol van goede doelen wordt daardoor belangrijker. Veel organisaties hebben regelmatig overleg met de overheid over de doelen die ze willen bereiken, bijvoorbeeld op het terrein van natuurbehoud of de financiering van wetenschappelijk gezondheidsonderzoek. In bepaalde gevallen subsidieert de overheid het werk of bepaalde projecten van goede doelen. De verwachting is dat dit in de toekomst steeds minder zal gebeuren. De rol van de overheid is verder belangrijk omdat zij regels stelt aan organisaties als zij van belastingvoordelen gebruik willen maken. Met name voor de zogenaamde ANBI’s is dat het geval.

Via de Belastingdienst houdt de overheid toezicht op het naleven van de belastingregels die voor goede doelen gelden. Per 1 januari 2014 stelt de Belastingdienst ook een aantal minimumeisen aan de gegevens die Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) moeten publiceren.

Samenwerking

Goede doelen zijn onafhankelijke organisaties maar overleggen wel vaak met de overheid. Voor overleg met de overheid is in 2011 de stichting Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) opgericht door vier brancheorganisaties van maatschappelijke organisaties. Dit zijn Goede Doelen Nederland, Nederland Filantropieland, Vereniging Fondsen in Nederland (FIN) en CIO (Interkerkelijk Contact in Overheidszaken).

SBF wil de rol en betekenis van goede doelen in de samenleving verbeteren en zet zich in voor meer vertrouwen, meer draagvlak en een betere beeldvorming.

Oproep aan parlement en kabinet 

In 2017 heeft Goede Doelen Nederland het initiatief genomen om samen met de SBF-partners, een Manifest op te stellen met vijf aanbevelingen voor de Tweede Kamer en het (nieuwe) kabinet. Het Manifest is ondertekend door een brede coalitie van 14 koepelorganisaties binnen de filantropie. Kern van het Manifest is dat de maatschappelijke waarde van de filantropie door politiek en overheid erkend moet worden. Het overheidsbeleid moet barrières wegnemen en nieuwe barrières voorkomen die een belemmering vormen voor de filantropie. De overheid moet ruimte bieden en de voorwaarden versterken waarbinnen filantropie zelfstandig en onafhankelijk kan floreren. Zeker in een periode dat burgerschap, participatie en omzien naar elkaar belangrijker zijn dan ooit.

Wat vragen zij van de overheid?

  • Behandel goede doelen als belangrijk fundament voor maatschappelijke binding en actief burgerschap. Erken de onmisbare bijdragen van de sector aan de actuele maatschappelijke opgaven en uitdagingen en maak in wet- en regelgeving ruimte voor dit burgerschap.
  • Gebruik de kennis en innovatieve kracht van de goede doelen bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Heb oog voor het oplossend vermogen en betrek de sector als volwaardige partner bij de vorming van beleid.
  • Erken de grote waarde die de inzet van vrijwilligers heeft voor goede doelen en voor de samenleving. Zorg ervoor dat iedereen vrijwilligerswerk mag doen, ook mensen met een uitkering en vluchtelingen. Stimuleer vrijwilligerswerk en investeer hierbij extra in jongeren.
  • Stimuleer goede doelen door een ondersteunend fiscaal beleid waarbij de giftenaftrek, vrijstelling van erfbelasting bij schebnken en nalaten aan goede doelen gehandhaafd blijft of versterkt wordt.
  • Maak het maatschappelijk belang (afdracht aan goede doelen) van loterijen tot een aparte, vierde pijler in het kansspelbeleid (naast bescherming consumenten, voorkomen van kansspelverslaving en tegengaan van fraude en criminaliteit). Veranker zo de fondsenwervende rol van loterijen voor goede doelen.

SBF geeft de overheid advies als die voorstellen doet waar goede doelen mee te maken krijgen.